Saar Snoek ontwierp de Flevobaret
Het elfde jaarlijkse designproduct is ontworpen door de nationaal en internationaal geroemde Saar Snoek. Haar atelier is in het hoge Noorden. Dus het werd een online interview met tijdens het gesprek zicht op een vol atelier met vooral veel prachtige hoeden.
“Ik heb een andere achtergrond dan veel andere viltmakers. Ik werd opgeleid tot kunstschilder en rolde eigenlijk als vanzelf in het viltmaken,” aldus Saar; “Ik kocht in 2016 voor mijn man woolfiller om truien te repareren en was geïntrigeerd door het product. Spannend dat je kunt beeldhouwen met zachte vezeltjes.”
Saar legt uit hoe zij tijdens het maakproces de wol volgt en noemt zichzelf daar vrij ‘nerdy’ in; “Ik heb bouwkundeouders, dus ben opgegroeid met techniek. Zo verwerk ik ook de wol, een materiaal met allerlei wilde eigenschappen. Je organiseert eerst je materiaal en gaat vervolgens duwen, soms dwingen en dan zoekt het zelf een stabiel eindpunt.
Hoeden van Alpacahaar
“Mijn wol is Merino of chubut die niet teveel is behandeld. Die ken ik, andere wol niet echt. Bij andere schapenrassen ga ik zelf op zoek naar wat ermee kan tijdens de verwerking.” Saar loopt weg van de camera en komt terug met bonthoeden van Alpacahaar. Ook een snor met truckershaar maakte zij van hetzelfde materiaal, deze is voor de komende Dutch Designweek. “Alpaca is eigenlijk haar, geen wol. Dus je moet die vezel begrijpen. Waar en waarom pakt het,” aldus Saar.
Een beeldhouwwerk op je hoofd
Hoeden zijn haar favoriet; “Ik doe veel met hoeden. Je zet eigenlijk gewoon een beeldhouwwerk op je hoofd. En dat verandert de omgeving. Voor Nederlanders is het niet gewoon, maar je geeft kleur aan je omgeving en mensen gaan met je in gesprek. Het is een waanzinnig medium zo’n hoed. Maar.. hij moet passen, licht zijn en je moet niet merken dat je em ophebt.”
Goeie plek
Wat Saar met de Flevobaret in ieder geval goed is gelukt. Inmiddels zit de eerste workshop met leden van de Almeerse Wolunie er op: “Ik vind de Wolunie hartstikke leuk en een goeie plek. De ambachten sterven uit en helaas heeft werken met wol een onterecht duf imago. Dus fijn dat jullie bestaan.”
